*Vaarregels gebaseerd op het RvR versie 6 maart 2010
Algemene regels
Ploegen die deelnemen aan roeiwedstrijden dienen aan de voorschriften van het RvR te voldoen. Daarnaast dienen alle deelnemers zich ten allen tijden te houden aan aanwijzingen van de jury (kamprechters) en de wedstrijdorganisatie.
Een ploeg die niet deelneemt aan de startende heat is verplicht om, indien een race nadert, tijdig te laten lopen en de naderende race niet te hinderen. Dit bekent dus ook dat men moet laten lopen in de oproeibaan als er een heat aankomt.
Tijdens de race is het niet toegestaan om vanaf de kant aanwijzingen te geven door middel van welk hulpmiddel dan ook (toeters e.d. zijn dus niet toegestaan).
Iedere ploeg die is gestart is gehouden de gehele baan op de voorgeschreven wijze met een wedstrijdhaal en in wedstrijdtempo af te roeien, behalve in geval van overmacht of met goedvinden van de kamprechter.
Finish
Een boot is aangekomen wanneer haar boot te lijn van aankomst met de boegbal passeert. Indien een of meerder roeiers uit de boot raken tijdens de wedstrijd is de race geldig. Als een ploeg aankomt zonder haar stuur is de race ongeldig.
Boord- aan boordrace
Elke ploeg moet zich minstens twee minuten voor het geplande tijdstip van starten op haar startplaats bevinden. Een ploeg mag alleen in het startgebied (de eerste 100m van de wedstrijdbaan) komen wanneer dit vrij is voor de race waarin de ploeg zal starten.
Een ploeg mag op eigen risico haar baan verlaten, mits daarmee geen andere ploegen worden gehinderd.
Achtervolgingsrace
Bij een achtervolgingsrace geldt de regel dat een inhalende ploeg vrij is haar koers te kiezen. De ploeg die wordt ingehaald, zal dus moeten wijken en mag hierbij de andere ploeg niet hinderen. Dit wijken moet gebeuren voordat de voorsteven van de inhalende ploeg op gelijke hoogte is gekomen met de achtersteven van de opgelopen ploeg.
Echter, een ploeg die wil of gaat inhalen mag hier geen misbruik van maken, en mag de ingehaalde ploeg niet in een positie dwingen waardoor het roeien onmogelijk gemaakt wordt of die gevaar oplevert voor de ploeg.
Tot slot: Veiligheid en sportiviteit dienen altijd de doorslag te geven bij zowel de inhalende ploeg als de ploeg die wordt ingehaald, in de manier waarop zij elkaar behandelen!
